| Vrijdag,
21 maart 1941 Beste lezeressen De huisvrouw staat tegenwoordig voor aller- hande problemen, is't niet? Wat kan ze op tafel brengen, nu er zoo weinig te krijgen is? Ze loopt de winkels af en komt maar al te dik- wijls met een leege kabas naar huis... Ze moet profijtig zijn met het kuischen, want veel producten worden schaarsch en andere zijn niet meer in den handel te verkrijgen: hoe kan ze haar kuischgerief best onderhouden? Ze moet weten hoe ze haar borstels, zeemvellen en spon- zen moet verzorgen, opdat ze langer zouden kunnen dienen.... Kleeren koopen gaat niet meer zoo gemakkelijk, er zijn bons voor noodig en de huisvrouw stelt zich de vraag: hoe kan ik van twee kleeren één maken of aan een oud kleed een nieuw uitzicht geven....? De groote kuisch staat voor de deur: hoe kunnen we alles netjes maken, zonder veel kosten te doen? Op al die vragen zoeken we een antwoord. Wat wij vrouwen vooral noodig hebben is veel geduld en blijmoedigheid. In het huishouden |
valt
alles op ons, dat is eenmaal zoo en of we met het hoofd tegen den muur loopen, dat doet niets ter zake. Als we bekommerd of vermoeid zijn, moeten we het niet aan de groote klok han- gen. Laten we ons kruiskens en miseries in stilte dragen, van ons zelf-vergeten en toewijding hangt het geluk van ons gezin af. De huisvrouw moet de zon zijn van den huiskring, ze moet stralen van geluk uitzenden op diegenen, die haar omringen. Ge kent allen die mooie spreuk: Daar
alléén kan liefde wonen,
Daar alléén is 't leven zoet, Waar men stil en ongedwongen, Alles voor elkander doet. Die leuze moeten we als een stempel drukken op ons leven. Onze kleine moeilijkheden lossen we wel op in ons kringetje van trouwe lezeressen. Ja? In een volgend schrijven krijgt u alvast enkele recepten voor de keuken. Marthe |
| Vrijdag,
28 maart 1941 Beste lezeressen "Wat zullen we vandaag eten?" Die vraag doet ons dikwijls de haren te berge rijzen, is 't niet? Een lekkere soep is meer dan ooit welkom.... doch we hebben niet al te veel in de schapraai. Soep met vleesch zal weliswaar beter smaken, doch zonder vleesch kan ze ook heel voedzaam zijn, bijzonder boon- en erwtensoep. Ik hoor enkelen onder u vragen: Hoe moeten we die soep dikken? Een paar geraspte aardappelen dikken uitstekend, doch een aardappel is voor veel menschen een kostelijk iets! We moeten in alles en altijd filosoof zijn en ons plan weten te trekken. Deze week gebruikte ik havermout in de soep, daar ik niets anders had. Ik beken het rechtuit: het scheen wel wat vreemd, maar toch smaakte het. Zijn er onder u gelukskinderen, die nog spek bezitten? Bewaart dan het vet om te bakken of om op de boterham te smeren. Vleesch moeten we nu zelden braden, maar indien we er krijgen, met wat zullen we het braden, indien we niets hebben? Zoo we volle melk hebben, doen we hiervan een weinig in een pan en laten de melk verdampen. Wat er overblijft, is ge- schikt om vleesch of groenten te bruneeren. De groenten worden eerst zorgvuldig gespoeld en dan met een zuiveren handdoek goed gedroogd. Beste lezeressen, hebt ge al "knoebels" gemaakt? Ze zijn heel voedzaam en vlug gereed. Neemt een hoeveelheid bloem of meel (volgens het aantal personen), voegt er water bij, baking- powder, suiker en rozijnen, zoo ge er hebt. Bereidt een deeg, dat niet te nat is; maakt er kleine bollekens van, die ge dan in kokend water werpt, tot ze gaar zijn (ongeveer twintig minuten). En hebt ge al eens kleine galetten gemaakt? Ziehier een goed recept: Maakt een deeg met suiker (ongeveer 600 gram suiker voor 1 kg bloem), bakpoeder, zoo mogelijk wat boter of margarine en 1 of 2 eieren. Enkele druppels |
vanille-
of amandel-extract geven een fijnen smaak. Men moet den deeg rollen en er dan galetten van maken bij middel van een kom of glas, dat men er omgekeerd opdrukt. De galetten bakt men dan in den oven, tot ze licht- jes bruin worden. Zijn er onder u, die nog zalm bezitten? Neemt dan eens een doos en warmt ze. Maakt een wit sausje met boter, bloem, warme melk, zout en peper: voegt er wat fijngehakte peterselie en kervel bij en indien mogelijk den dooier van een ei. Bij die saus voegt met den zalm. (De saus moet tamelijk dik zijn). Als de mengeling gereed is, doet men ze in schelpjes, die in den handel verkocht worden. Hebt ge nog kaas? Voegt dan een weinig geraspte kaas bij de witte saus en giet deze over gestoofde prei, selder of witloof. En hier nog een receptje voor onze lezeressen die zalm hebben: Maakt gekookte aardappelen fijn, doet er wat melk bij, peper en zout, wat kruinoot, gebruneerden ajuin en zalm. Als alles goed door elkaar is, schikt men het in een pan. Laat dien zalmkoek in den oven bruin worden. Menschen, die eieren hebben, kunnen aller- hande eierkoeken maken: a. Bij de geklopte eieren 50 of 100 gram gepelde garnaal voegen, dan in de pan bakken zooals naar gewoonte, doch letten dat men er niet te veel zout bij doet, daar de garnaal al zout is. b. Bij de geklopte eieren suiker voegen, de eieren bakken, wat con- fituur er over strijken, toevouwen en opdienen. c. Bij de eieren fijngehakten ajuuin en peterselie voegen, peper en zout. En hebt ge - ik durf het bijna niet vragen - hebt ge nog hesp in huis? Snijdt eens enkele fijne sneekens en draait elk hunner rond een stuk gestoofd witloof: giet er een kaassaus over en zet het in den oven. Genoeg gepraat voor vandaag, beste lezeressen. Ik wensch u het beste en... tot een volgende maal! Marthe
|
| Vrijdag,
4 april 1941 Beste lezeressen De groote kuisch is in aantocht. We zoeken allen ons huisje op te smukken, doch dit jaar moeten we meer dan ooit profijtelijk zijn en zorg dragen voor de kuischbenoodigheden. Wat hebben we meest noodig om te kuischen? Sponzen, borstels, zeemvellen en vodden. Goede sponzen zijn duur. Toch moeten we steeds goede sponzen koopen, omdat ze beter werk leveren en veel langer mee gaan. Hoe zullen we ze reinigen? Spoelt ze eerst uit, laat ze een half uur trekken in citroenwater, nijpt ze goed uit. Daarna spoelt ge ze zorgvuldig uit en laat ze drogen, liefst in de volle lucht. Gebruikt min- stens twee sponzen: de beste voor ruiten en spiegels, de tweede voor het gewoon werk. Wanneer de laatste versleten is, neemt men een nieuwe spons voor fijn werk en de andere vervangt de versleten. En onze borstels? We moeten ze steeds rein houden. We wasschen ze in warm sop. Indien we wat borax bij het water voegen, zal het borstel- haar fijn blijven. Als we vettige borstels reinigen, doen we wat soda of waschpoeder bij het water. Toiletborstels wasschen we met voorzichtigheid: eerst wrijven we wat vaseline op den bovenkant |
en
op het handvat om ze te beschermen: we dop- pen het borstelhaar in het sop en spoelen het nadien zorgvuldig in warm water. De laatste maal spoelen we in koud water om het borstel- haar te verharden, we slaan den borstel goed uit en drogen hem in de open lucht, met de haren naar onder. Past op voor de zeemvellen, ze kosten heel duur! We reinigen ze zoals de sponzen. Indien we oude zeemvellen hebben, snijden we er de goede stukjes uit en naaien ze aan elkaar: op die manier doen ze nog dienst. De vodden spelen een groote rol in het kui- schen, beste lezeressen! Aan de vodden kent men de huisvrouw, want....een vrouw die van reinheid houdt gebruikt slechts reine vodden. Wollen doeken wascht men in sop, katoenen doeken worden mee afgekookt: ze zijn zoo vlug gewasschen! Werpt niet makkelijk een doek weg, misschien kunt ge van twee doeken één maken: tegenwoordig moet men trachten alles te gebruiken! In een volgend artikel geven we enkele mid- deltjes om profijtelijk te kuischen. Inmiddels groet ik u allen heel hartelijk. Marthe
|
| Vrijdag,
11 april 1941 Beste lezeressen Paschen staat voor de deur....Daarvoor onder- breken we onze gewone artikeltjes om u enkele recepten te geven. Misschien krijgen we bezoek of wenschen zelf een dessert te maken....met het weinig dat we hebben. Kent ge "Negerkoppen"? Daags te voren zet ge bruine boonen in. 1 tas per persoon. 's Ande- rendaags zet ge ze op zonder zout tot ze malsch zijn. Doet ze eerst door de grove, dan door de fijne zift. Zet ze op met 3 lepels cacao, 8 lepels suiker en wat melk, indien de pâte te droog is. Wanneer alles goed door elkaar is doet ge de pâte in kleine vormkens. Als ze koud zijn, schud ge de vorm- kens op een schotel en giet er een vanillesaus over. Deze maakt ge met melk en een of twee pakjes pudding. En hebt ge al pannekoeken gemaakt met aard- appelen? Neemt 200g gekookte aardappelen, 20g bloem, 2 eieren, zout, peper, nootmuskaat, 45g boter of margarine. Maakt de aardappelen fijn en vermengt ze met de bloem, zout, peper, nootmuskaat, de eierdooiers en het stijfgeklopte melk bij, doch ze mag niet te vochtig zijn. Laat de helft van de boter of margarine in 'n koekenpan lichtbruin worden, doet daarin de aardappelmassa en drukt ze plat, zoodat ge een vrij dikken panne- koek krijgt. De onderkant moet lichtbruin worden. Laat den pannekoek dan op een plat deksel uit de pan glijden, doet het overige der boter in de pan en laat den koek aan den anderen kant bakken. Aardappeltaart is ook heel smakelijk: neemt 2 tassen suiker en roert hem met 2 dooiers van ei |
ondereen:
doet 6 groote aardappelen door, voegt er het in sneeuw geklopte eiwit bij, ook 1 koffie- lepel maagzout, een klontje boter en wat citroen. Schikt de taart in een vorm: zet hem in den oven en keert hem dikwijls, gedurende ongeveer een uur. Ik wensch u allen een gezellig Paaschfeest! Mogen de klokken u vreugde en vrede brengen! Een Fransch schrijver heeft het zoo mooi gezegd: "C'est dans le coeur que Dieu a mis le génie des femmes: c'est pourquoi toutes les oeuvres de ce génie doivent être des oeuvres d'amour". De vrouw kan groot zijn, zoo edel, zoo liefheb- bend....De vrouw geeft zooals zij allen het kan omdat ze zoo bekwaam is te begrijpen....Zouden we dan met Paschen, wij allen, ons hart niet openen voor de arme huisgezinnen? We kennen allen huishoudens waar nood heerscht: indien elk van ons eens iets deed, wat denkt ge er van? Niemand kan veel geven heden ten dage, doch een kleine attentie doet zoo'n genoegen! Wanneer wij de taart bakken, die onze kinderen zal doen watertanden, zouden we niet eentje meer maken voor een arme? Als we 'n lekker Paaschbrood in den oven zetten, zou er geen afvallen voor dien of dien sukkelaar....al was het maar een boterham? En als we dan op Paaschavond aan de huistafel zitten zullen we dubbel gelukkig zijn, want in ons geheugen zullen we de herinneringen bewaren van een blijen kinderlach, in onze ooren zal nog een ontroerde moederstem weerklinken. Die voldoening, die stille Paaschvreugde wens ik u van harte. Marthe
|
| Vrijdag,
18 april 1941 Beste lezeressen Vandaag brengen we u enkele raadgevingen voor den grooten kuisch. We beginnen met den zolder. Meer dan ooit moeten we er verwijderen wat we kunnen missen en zorgen, dat er geen gevaarlijke zaken liggen, b.v. planken of linoleum. Indien we zulke zaken volstrekt willen bewaren, brengen we ze liefst naar den kelder tot na den oorlog. Menschen, die geen plaats hebben in den kelder, hebben natuurlijk niet te kiezen. De muren en de zoldering worden zorgvuldig afgewreven met de half-maan. Indien noodig is, witten we den zolder en in het witsel doen we een weinig blauwsel, dan krijgen we een beter resultaat. De rieten manden worden zoo mogelijk buiten met een licht sopje afgeborsteld en goed afgespoeld. We laten ze dan in de open lucht drogen. Al wat op den zolder staat krijgt zijn beurt, alles wordt afgewasschen, uitgeklopt of geborsteld. Ten slotte worden de ramen gereinigd, dan de vloer geschuurd. Op de slaapkamer vinden we heel wat meer werk. Eerst kloppen we de matras, borstelen ze af en daarna den ressort. We leggen er dan een doek of laken over. De gordijnen worden afgedaan, ook de kaders en al wat de muren versiert. De muren en de zoldering worden afgewreven met |
de
half-maan, daarna "laten we het stof vallen". Na een klein half uurtje nemen we het meeste stof uit de kamer weg en gaan over tot het reinigen der kassen en schuiven. Zoo noodig leggen we er frissche papiertjes in. Dit schijnt wel een kleinig- heid, doch ik vind dat een vlijtig papier een gezellig uitzicht aan onze kasten geeft. Nu worden de kaders met spons en zeemvel gereinigd en op hun plaats gehangen. Alle porse- leinen voorwerpen wasschen we af met een lauw sopje en spelen we zorgvuldig af. We nemen het stof van de meubelen en wrijven ze daarna in met boenwas. Deze laten we een tijd intrekken. Inmiddels maken we de ruiten schoon, ook den luster. Als we hiermede gedaan hebben, wrijven we de meubelen op met wollen doeken. De vloer krijgt dan zijn beurt. De linoleum wordt lichtjes geschuurd en opgenomen. Als hij goed droog is, krijgt hij zijn deel van de boenwas. Als we die laten intrekken, zullen we een beter resultaat bekomen. Zoo gaan we ook te werk bij het kuischen der andere kamers. In volgende artikels zeggen we hoe de keuken haar beurt krijgt en u bekomt allerhande kleine middeltjes om bepaalde voor- werpen te reinigen. Marthe
|
| Vrijdag,
25 april 1941 Beste lezeressen Zooals beloofd treden we heden in het rijk van moeder de vrouw: de keuken! De keuken hoort haar toe! Vreemdelingen worden in het salon of in de eetkamer gebracht: in de keuken komen slechts de intiemen. Er zijn helaas nog veel vrouwen, die de keuken beschouwen als een minderwaardige plaats. Al hetgeen waar ze geen blijf mee weten leggen ze maar in de keuken en zoo wordt deze als een groote rommelkast! Neen, beste lezeressen, dat is verkeerd! We brengen zooveel uren in onze keuken door: waarom zouden we er geen hemeltje van maken? Onze eetmalen worden er bereid: moeten we ze dan niet uiterst rein houden? Ik hoor sommigen onder u uitroepen: Ge hebt goed te zeggen, doch dat kost allemaal geld! Indien we iets kunnen uitgeven om onze keuken te verfraaien dan mogen we dat gerust doen. Zoo verplicht zijn op alles te bezuinigen, dan kunnen we nog een gezellige keuken hebben, want alles zorgvuldig schikken en kuischen kost geen geld. Eerst trekken we de kachel uit de buis en verwijderen het roet. Indien nodig laten we de schouw vagen. Daarna kuischen we de muren. Zijn deze in steentjes, dan wasschen we ze af met een lauw sopje, waarin we enkele druppels ammoniak doen om het vet goed weg te nemen. Als de steentjes goed droog zijn voegen we ze met witsel en wrijven ze op met een wollen doek. Geschilderde muren wasschen we af met een zelfde sopje. Zijn de muren behangen dan wrijven we ze af met een doek. Indien er vetvlekken op zijn verwijderen we deze voorzichtig met een weinig tetra, die we eerst rond de vlek lichtjes wrijven, dan op de vlek zelf: opgepast voor de kringen! De kachel krijgt zijn beurt: de ovens wasschen we uit met heet water, waaraan we een flinke dosis soda voegen: we spoelen daarna zorgvuldig af met koud water. Zoo reinigen we ook den oven van het gasvuur. Kachels en gasvuren in email worden afgewasschen met sop, gespoeld, afgedroogd en ten slotte met een wollen doek opgewreven. Het nikkel kuischen we met wat krijtwit en een wollen doek. Indien we met geoxydeerd metaal te doen hebben, wrijven we het met olie in en boenen het liefst 's anderendaags op met een zachten doek. Nooit zilver of koperpoets gebruiken. Onze kasten maken we leeg, nemen eerst het stof weg, wasschen ze uit met spons en zeemvel |
en
laten ze drogen. We leggen er frissche papieren in en alvorens ze weer te schikken verwijderen we al wat we niet noodig hebben. Het porselein wasschen we in een rein sopje, spoelen het goed af en drogen het zorgvuldig. Ook het glaswerk reinigen we met sop, spoelen en drogen het en blinken het op met kladpapiertjes. Houten tafelgerief wasschen we met sop. Indien het heel vuil is, zooals bijvoorbeeld houten lepels het zijn kunnen, wrijven we het af met fijn schuurpapier en dan met olie om het weer glad te maken. Al wat koper is wordt eerst gekuischt, dan geboend met 'n weinig boenwas om den glans langer te bewaren. Gepolijst koper wrijven we slechts op met een wollen doek. En de voorwerpen in tin? We maken eenvoudig een papje met ongeveer 450 gram zachte zeep, 450 gram witsel in poeder, 450 gram zand en 2 liters water. Wanneer bak- of sauspannen aangebrand zijn doen we er water in en laten ze zoo een uur staan. Dan komt ons ditzelfde papje van pas, we doppen er een zachte borstel in, reinigen er de pannen mee uit en spoelen ze zorgvuldig. Ook aluminium kunnen we ermee kuischen, doch dan moeten we vlug te werk gaan en dadelijk afspoelen. Alle verlakte keukenmeubels worden met spons en zeemvel schoongemaakt. Laatst van al komt de vloer. We schuren hem en doen wat soda of waschpoeder in 't sop. Als hij goed droog is kunnen we hem met boenwas inwrijven en met een wollen doek doen glanzen. Als dan de ruiten gekuischt zijn, spannen onze krakend frissche gordijnen de kroon op ons werk. Hier en daar een geborduurd doekje en alstublieft, beste lezeressen, zoodra de zomer daar is, vergeet niet bloemen in uw keuken te zetten! Al wat mooi en gezellig is heeft zoo'n goeden weerslag op ons humeur en als we blij gezind zijn, dan gaat alles eens zoo goed! En....een vroolijke moeder, een vroolijk gezin! De vrouw moet het licht zijn, de zon van het gezin! Niemand weet zoo goed als zij hoe moeilijk dit soms is, want op hare schouders weegt de kommer van allen. Daarom moeten we onze omgeving gezellig maken, het zal ons "helpen zingen boven ons leed" of ons ten minste helpen blijmoedig onze dagelijksche miseries te dragen. Orde, gezelligheid, licht, blijheid: dat is onze leuze! Genoeg gepraat, beste lezeressen, tot 'n volgende maal! Marthe
|
| Vrijdag,
2 mei 1941 Beste lezeressen Ziehier nog enkele middeltjes, die ons zullen helpen voor den kuisch. Vergeet uwe handen niet te beschermen wanneer ge "vuil" werk doet, smeert ze goed in met cold cream, dan kan het vuil niet in de huid dringen. Brons wrijven we op met een wollen doek. Indien hij zeer vuil is, smeren we er wat olijfolie op met een fijn penseel en wrijven enkele uren later op een met een zachten doek. Vergulde kaders reinigen we met heete terpentijn. Doet deze in een kom en zet ze in heet water, verwijderd van de kachel. Hoe behandelen we marmer, die zijn mooie kleur verloren heeft? We wrijven hem in met azijn of citroensap, doch laten het vocht er niet langer op dan een paar seconden: we wasschen het vlug af met frisch water en drogen af. Als de marmer goed droog is wrijven we hem op met enkele drup- pels olie. En ziehier enkele gevalletjes, die zich kunnen voordoen. Lichte geboende meubels verdonke- ren: we boenen ze met witte was, gebruiken er weinig van en zorgen vooral dat onze doeken rein zijn. Op die geboende meubels zijn vetvlek- ken: we verwijderen ze met 'n weinig petrool, doch letter er wel op dat we niet in de nabijheid van een vuur staan. Sommige vernikkelde voor- werpen zijn dof geworden: we maken ze weer blinkend met 2 t.h. zwavelzuurhoudenden alcohol. We bevochtigen de voorwerpen met de vloeistof, laten deze eenige seconden in werken en spoelen daarna met water af. Dan wrijven we |
de
voorwerpen met een lap, gedrenkt met alcohol zonder zuur en polijsten ten slotte met een drogen doek. De pianotoetsen zijn geel geworden: we doopen een schoon lapje in citroensap en wrijven hiermede de toetsen één voor één: we wrijven direct na met wat krijgt, dan met een zacht zijden lapje en laten de piano een daar dagen open staan. De zon maakt de toetsen ook witter. Hebben we voorwerpen in schildpad? We maken ze als nieuw met 'n weinig olijfolie of met een papje van olijfolie en de roode poeder, die door de juweliers gebruikt wordt. Verlakt leder wrijven we af met een vochtige spons, drogen het goed af en poetsen het op met een weinig vaseline. We mogen de naaimachine niet vergeten! We doopen een veer in benzine of petroleum en bestrijken daarmee de deelen der machine, die anders geolied worden. Waarschijnlijk bezitten we een boekje, waarop die deelen aangewezen zijn. We laten de machine flink draaien, bestrijken normaals met benzine, laten weer draaien en smeren dan met olie. Nu en dan - zeker met den grooten kuisch - maken we het klein plaatje onder de naald los en nemen het weg: de pluisjes die zich daar hebben opgehoopt, verwijderen we met een groote naald of met de punt van een mes. Nu het zonneke ons nu en dan tegenlacht denken we natuurlijkerwijze aan onze zomerkleedjes en aan de bekoorlijke hoedjes, die ons tegenlachen in de uitstallingen. Welnu, beste lezeressen, volgende week houden we een modepraatje. Ja? Marthe
|
| Vrijdag,
9 mei 1941 Beste lezeressen Wat zullen we dezen zomer dragen? In de uitstallingen zien we mooie effen en fantasiestoffen, bekoorlijke zijden, bedrukt met bloemen of andere aardige figuurtjes: Wat zullen we koopen? De modisten bekoren ons met allerhande fijne hoedjes: heel kleintjes die boven op het hoofd staan, klassieke modellen en de steeds gekleede groote hoeden, die zoo'n mooie schaduwen op het gelaat werpen: Welk model past ons best? Eerst en vooral moeten we met onze figuur rekening houden. Een groote hoed is gekleed, doch korte, dikke dames zullen een hoed met kleinen rand nemen. Een klein hoedje verdikt een rond gelaat. Dames met 'n rond of dik gelaat koopen best een langwerpig modelletje; een mager, scherp gelaat vraag ronde hoedjes. Tailleurs zijn geschikt voor groote, slanke dames; korte, dikke dames zijn heel wat beter met 'n lange mantel. Zware figuren moeten een goeden soutien dragen en steeds puntige halzen en groote revers kiezen. Dames met breede heupen mogen geen spannende rokken dragen: rokken met vier of zes panden zijn voor haar geschikt. Dames met dikke beenen vermijden spannende of te korte rokken, schoenen met platte hakken en lichte kousen. Kleine dames mogen geen te zeer opgevulde schouders hebben, dat verkort haar nog meer. De kleur der stoffen speelt ook een groote rol in onze kleeding. Zwart en marineblauw zijn altijd gekleed: die twee kleuren maken grooter en slanker. Stoffen met groote bloemen of teekeningen zijn niet geschikt voor dikke dames: ze zullen de voorkeur geven aan effen stoffen of aan stoffen met strepen die dan verti- kaal gebruikt worden. In deze tijden kan iedere vrouw echter geen nieuw kleedje koopen. Dit is trouwens niet noodig om netjes voor de pinnen te komen. Nemen we onze oude kleedjes een flink onder handen: kunnen we ze niet herstellen of 'n weinig veran- deren? Zijn de mouwen versleten? Waarom zouden we geen halve mouwen aanbrengen in fantasie of effen stof? We kunnen die halve mouwen zelfs breien met overschotjes van wol. Is het bovenlijf versleten? Wat denkt u van een nieuw platstuk? Mijn kleed is te kort: het kan verlengd worden met een boord in effen of fantasiestof of in de taille kunt u er een gedra- peerden gordel aanbrengen. |
'n
Kleinigheid geeft aan een kleed een gans nieuw uitzicht: 'n geplisseerde jabot, een col met manchetten, fantasierevers, 'n geplooide gilet enz. We moeten ons kleeden met smaak. We zijn allen graag mooi gekleed, doch geraken we daartoe? Eerst en vooral reinheid! Hebben we maar één kleedje: als we het verzorgen zullen we beter voor den dag komen dan dames, die niet weten welk kleed eerst aan te doen. Dat beste kleed dragen we niet in huis, het dient om uit te gaan en zoodra we thuiskomen doen we het uit, borstelen het zorgvuldig en hangen het op een kapstok in de kast. Beveiligt uw kleeren tegen het overtollig zweeten, zet zweetlapjes in de mouwen en gebruikt een goed produkt, dat het zweeten belet en den onaangenamen geur ervan wegneemt. Verkreukelde kleeren moeten zorgvuldig geperst worden. Dan komt wat ik noemen zou de harmonie der bijzonderheden, het goed geassorteerd zijn van de minste kleinigheden, die bij ons toilet komen: kousen, schoenen, handschoenen, tasch en regenscherm. Hebt ge nooit een dame gezien met b.v. 'n zwarten hoed, 'n groenen mantel, blauwe schoenen, grijze kousen, bruine hand- schoenen, 'n roode tasch, 'n veelkleurige sjerp en daarop nog een smaakeloze haarspeld? Geen enkele kleur van den regenboog ontbreekt er! Een donkere tailleur krijgt zijn "chic" wanneer een fijngekleurd zakdoekje het zakje versiert en wanneer de kleur geassorteerd is met het lint van den hoed of met de blouse. Een zwarte of marineblauwe tailleur staat fijn met een witte lingerieblouse, witte schoenen, witte tasch en een frisch wit zakdoekje. Een negerbruin kostuum vraagt beige bijbehoorende zaken, ook donker- rood past er bij. De kleeding moet verzorgd zijn van top tot teen. Denkt aan uwe coiffure: geen slordig gekamde of vettige haren! De knopjes, die onze kleeren versieren zijn van belang, ook de gordels. Een gordel in leder draait niet om zooals die van stof. Als we boodschappen doen nemen we een groote tasch mede. Wanneer we echter "gekleed" zijn, nemen we een kleine tasch en vullen die niet op, tot ze haar model verliest. Hoe wilt ge er knap uitzien met een valise onder den arm! Op de bijbehoorende zaken van ons toilet komen volgende week nog eens terug. Inmiddels wensch ik u het beste. Marthe
|