Van Vrouw tot Vrouw


Een goeie vriend van me kreeg van een goeie vriendin van hem een groot, dik boek. Het boek was de bundeling van de complete twee laatste jaargangen van het tijdschrift "De Stad", een enigsins rechts getint blad dat er eind 1941 de brui aan moest geven, vanwege de 'heerschende papierschaarste'. Edoch, het mag dan enigsins rechts getint zijn, naast de berichten van het oostfront en de reportages over Duitsche boerinnen, staan er ook leuke handwerkpatroontjes in, en recepten, en grappige reclames, en vroolijke bladzijden met cartoons, en daarom leende die goeie vriend de bundel uit aan mij.

Behalve het hierboven opgenoemde vonden de lezers van "De Stad" vanaf maart 1941 ook de wekelijkse column van Marthe terug op de vrouwenpagina. Marthe had het op zich genomen de Vlaamsche Vrouw op te voeden tot een welvoeglijke, ijverige, gezonde, schone, praktische, goedgemutste huismoeder. Dit mag ik u niet onthouden! Naast de slappe lach wekken deze columns ook een groeiend respect op voor sufragettes, Dolle Mina's en feministes van ander allooi. Dames, dit werd onze voormoederen op het hart gedrukt:


Vrijdag, 21 maart 1941

Beste lezeressen

De huisvrouw staat tegenwoordig voor aller-
hande problemen, is't niet? Wat kan ze op
tafel brengen, nu er zoo weinig te krijgen is?
Ze loopt de winkels af en komt maar al te dik-
wijls met een leege kabas naar huis... Ze
moet profijtig zijn met het kuischen, want veel
producten worden schaarsch en andere zijn niet
meer in den handel te verkrijgen: hoe kan ze
haar kuischgerief best onderhouden? Ze moet
weten hoe ze haar borstels, zeemvellen en spon-
zen moet verzorgen, opdat ze langer zouden
kunnen dienen.... Kleeren koopen  gaat niet
meer zoo gemakkelijk, er zijn bons voor noodig
en de huisvrouw stelt zich de vraag: hoe kan
ik van twee kleeren één maken of aan een oud
kleed een nieuw uitzicht geven....? De groote
kuisch staat voor de deur: hoe kunnen we alles
netjes maken, zonder veel kosten te doen?
Op al die vragen zoeken we een antwoord. Wat
wij vrouwen vooral noodig hebben is veel
geduld en blijmoedigheid. In het huishouden
valt alles op ons, dat is eenmaal zoo en of we
met het hoofd tegen den muur loopen, dat doet
niets ter zake. Als we bekommerd of vermoeid
zijn, moeten we het niet aan de groote klok han-
gen. Laten we ons kruiskens en miseries in stilte
dragen, van ons zelf-vergeten en toewijding
hangt het geluk van ons gezin af. De huisvrouw
moet de zon zijn van den huiskring, ze moet
stralen van geluk uitzenden op diegenen, die
haar omringen. Ge kent allen die mooie spreuk:

Daar alléén kan liefde wonen,
Daar alléén is 't leven zoet,
Waar men stil en ongedwongen,
Alles voor elkander doet.


Die leuze moeten we als een stempel drukken
op ons leven. Onze kleine moeilijkheden lossen
we wel op in ons kringetje van trouwe lezeressen.
Ja?
In een volgend schrijven krijgt u alvast enkele
recepten voor de keuken.

Marthe


Vrijdag, 28 maart 1941

Beste lezeressen
"Wat zullen we vandaag eten?" Die vraag
doet ons dikwijls de haren te berge rijzen, is
't niet?
Een lekkere soep is meer dan ooit welkom....
doch we hebben niet al te veel in de schapraai.
Soep met vleesch zal weliswaar beter smaken,
doch zonder vleesch kan ze ook heel voedzaam
zijn, bijzonder boon- en erwtensoep. Ik hoor
enkelen onder u vragen: Hoe moeten we die
soep dikken? Een paar geraspte aardappelen
dikken uitstekend, doch een aardappel is voor
veel menschen een kostelijk iets! We moeten
in alles en altijd filosoof zijn en ons plan weten
te trekken. Deze week gebruikte ik havermout
in de soep, daar ik niets anders had. Ik beken
het rechtuit: het scheen wel wat vreemd, maar
toch smaakte het.
Zijn er onder u gelukskinderen, die nog spek
bezitten? Bewaart dan het vet om te bakken
of om op de boterham te smeren. Vleesch
moeten we nu zelden braden, maar indien we
er krijgen, met wat zullen we het braden, indien
we niets hebben? Zoo we volle melk hebben,
doen we hiervan een weinig in een pan en laten
de melk verdampen. Wat er overblijft, is ge-
schikt om vleesch of groenten te bruneeren.
De groenten worden eerst zorgvuldig gespoeld
en dan met een zuiveren handdoek goed
gedroogd.
Beste lezeressen, hebt ge al "knoebels"
gemaakt? Ze zijn heel voedzaam en vlug gereed.
Neemt een hoeveelheid bloem of meel (volgens
het aantal personen), voegt er water bij, baking-
powder, suiker en rozijnen, zoo ge er hebt.
Bereidt een deeg, dat niet te nat is; maakt er
kleine bollekens van, die ge dan in kokend
water werpt, tot ze gaar zijn (ongeveer twintig
minuten).
En hebt ge al eens kleine galetten gemaakt?
Ziehier een goed recept: Maakt een deeg met
suiker (ongeveer 600 gram suiker voor 1 kg
bloem), bakpoeder, zoo mogelijk wat boter of
margarine en 1 of 2 eieren. Enkele druppels
vanille- of amandel-extract geven een fijnen
smaak. Men moet den deeg rollen en er dan
galetten van maken bij middel van een kom of
glas, dat men er omgekeerd opdrukt. De
galetten bakt men dan in den oven, tot ze licht-
jes bruin worden.
Zijn er onder u, die nog zalm bezitten? Neemt
dan eens een doos en warmt ze. Maakt een wit
sausje met boter, bloem, warme melk, zout en
peper: voegt er wat fijngehakte peterselie en
kervel bij en indien mogelijk den dooier van een
ei. Bij die saus voegt met den zalm. (De saus
moet tamelijk dik zijn). Als de mengeling
gereed is, doet men ze in schelpjes, die in den
handel verkocht worden.
Hebt ge nog kaas? Voegt dan een weinig
geraspte kaas bij de witte saus en giet deze over
gestoofde prei, selder of witloof.
En hier nog een receptje voor onze lezeressen
die zalm hebben: Maakt gekookte aardappelen
fijn, doet er wat melk bij, peper en zout, wat
kruinoot, gebruneerden ajuin en zalm. Als alles
goed door elkaar is, schikt men het in een pan.
Laat dien zalmkoek in den oven bruin worden.
Menschen, die eieren hebben, kunnen aller-
hande eierkoeken maken: a. Bij de geklopte
eieren 50 of 100 gram gepelde garnaal voegen,
dan in de pan bakken zooals naar gewoonte,
doch letten dat men er niet te veel zout bij doet,
daar de garnaal al zout is. b. Bij de geklopte
eieren suiker voegen, de eieren bakken, wat con-
fituur er over strijken, toevouwen en opdienen.
c. Bij de eieren fijngehakten ajuuin en peterselie
voegen, peper en zout.
En hebt ge - ik durf het bijna niet vragen -
hebt ge nog hesp in huis? Snijdt eens enkele
fijne sneekens en draait elk hunner rond een stuk
gestoofd witloof: giet er een kaassaus over
en zet het in den oven.
Genoeg gepraat voor vandaag, beste lezeressen.
Ik wensch u het beste en... tot een
volgende maal!



Marthe


Vrijdag, 4 april 1941

Beste lezeressen
De groote kuisch is in aantocht. We zoeken
allen ons huisje op te smukken, doch dit jaar
moeten we meer dan ooit profijtelijk zijn en
zorg dragen voor de kuischbenoodigheden.
Wat hebben we meest noodig om te kuischen?
Sponzen, borstels, zeemvellen en vodden.
Goede sponzen zijn duur. Toch moeten we
steeds goede sponzen koopen, omdat ze beter
werk leveren en veel langer mee gaan. Hoe zullen
we ze reinigen? Spoelt ze eerst uit, laat ze een
half uur trekken in citroenwater, nijpt ze goed
uit. Daarna spoelt ge ze zorgvuldig uit en laat
ze drogen, liefst in de volle lucht. Gebruikt min-
stens twee sponzen: de beste voor ruiten en
spiegels, de tweede voor het gewoon werk. Wanneer
de laatste versleten is, neemt men een
nieuwe spons voor fijn werk en de andere
vervangt de versleten.
En onze borstels? We moeten ze steeds rein
houden. We wasschen ze in warm sop. Indien we
wat borax bij het water voegen, zal het borstel-
haar fijn blijven. Als we vettige borstels reinigen,
doen we wat soda of waschpoeder bij het water.
Toiletborstels wasschen we met voorzichtigheid:
eerst wrijven we wat vaseline op den bovenkant
en op het handvat om ze te beschermen: we dop-
pen het borstelhaar in het sop en spoelen het
nadien zorgvuldig in warm water. De laatste
maal spoelen we in koud water om het borstel-
haar te verharden, we slaan den borstel goed uit
en drogen hem in de open lucht, met de haren
naar onder.
Past op voor de zeemvellen, ze kosten heel
duur! We reinigen ze zoals de sponzen. Indien
we oude zeemvellen hebben, snijden we er de
goede stukjes uit en naaien ze aan elkaar: op die
manier doen ze nog dienst.
De vodden spelen een groote rol in het kui-
schen, beste lezeressen! Aan de vodden kent
men de huisvrouw, want....een vrouw die van
reinheid houdt gebruikt slechts reine vodden.
Wollen doeken wascht men in sop, katoenen
doeken worden mee afgekookt: ze zijn zoo vlug
gewasschen! Werpt niet makkelijk een doek
weg, misschien kunt ge van twee doeken één
maken: tegenwoordig moet men trachten alles
te gebruiken!
In een volgend artikel geven we enkele mid-
deltjes om profijtelijk te kuischen.
Inmiddels groet ik u allen heel hartelijk.


Marthe


Vrijdag, 11 april 1941

Beste lezeressen
Paschen staat voor de deur....Daarvoor onder-
breken we onze gewone artikeltjes om u enkele
recepten te geven. Misschien krijgen we bezoek
of wenschen zelf een dessert te maken....met het
weinig dat we hebben.
Kent ge "Negerkoppen"? Daags te voren zet
ge bruine boonen in. 1 tas per persoon. 's Ande-
rendaags zet ge ze op zonder zout tot ze malsch
zijn. Doet ze eerst door de grove, dan door de fijne
zift. Zet ze op met 3 lepels cacao, 8 lepels suiker
en wat melk, indien de pâte te droog is. Wanneer
alles goed door elkaar is doet ge de pâte in kleine
vormkens. Als ze koud zijn, schud ge de vorm-
kens op een schotel en giet er een vanillesaus
over. Deze maakt ge met melk en een of twee pakjes
pudding.
En hebt ge al pannekoeken gemaakt met aard-
appelen? Neemt 200g gekookte aardappelen,
20g bloem, 2 eieren, zout, peper, nootmuskaat,
45g boter of margarine. Maakt de aardappelen
fijn en vermengt ze met de bloem, zout, peper,
nootmuskaat, de eierdooiers en het stijfgeklopte
melk bij, doch ze mag niet te vochtig zijn. Laat
de helft van de boter of margarine in 'n koekenpan
lichtbruin worden, doet daarin de aardappelmassa
en drukt ze plat, zoodat ge een vrij dikken panne-
koek krijgt. De onderkant moet lichtbruin worden.
Laat den pannekoek dan op een plat deksel uit de
pan glijden, doet het overige der boter in
de pan en laat den koek aan den anderen kant
bakken.
Aardappeltaart is ook heel smakelijk: neemt 2
tassen suiker en roert hem met 2 dooiers van ei

ondereen: doet 6 groote aardappelen door, voegt
er het in sneeuw geklopte eiwit bij, ook 1 koffie-
lepel maagzout, een klontje boter en wat citroen.
Schikt de taart in een vorm: zet hem in den oven
en keert hem dikwijls, gedurende ongeveer een uur.
Ik wensch u allen een gezellig Paaschfeest!
Mogen de klokken u vreugde en vrede brengen!

Een Fransch schrijver heeft het zoo mooi
gezegd: "C'est dans le coeur que Dieu a mis le
génie des femmes: c'est pourquoi toutes les oeuvres
de ce génie doivent être des oeuvres d'amour".
De vrouw kan groot zijn, zoo edel, zoo liefheb-
bend....De vrouw geeft zooals zij allen het kan
omdat ze zoo bekwaam is te begrijpen....Zouden
we dan met Paschen, wij allen, ons hart niet
openen voor de arme huisgezinnen? We kennen
allen huishoudens waar nood heerscht: indien elk
van ons eens iets deed, wat denkt ge er van? Niemand
kan veel geven heden ten dage, doch een
kleine attentie doet zoo'n genoegen!
Wanneer wij de taart bakken, die onze kinderen
zal doen watertanden, zouden we niet eentje
meer maken voor een arme? Als we 'n lekker
Paaschbrood in den oven zetten, zou er geen
afvallen voor dien of dien sukkelaar....al was
het maar een boterham?
En als we dan op Paaschavond aan de huistafel
zitten zullen we dubbel gelukkig zijn, want
in ons geheugen zullen we de herinneringen bewaren
van een blijen kinderlach, in onze ooren zal nog
een ontroerde moederstem weerklinken.
Die voldoening, die stille Paaschvreugde wens
ik u van harte.


Marthe


Vrijdag, 18 april 1941

Beste lezeressen
Vandaag brengen we u enkele raadgevingen
voor den grooten kuisch. We beginnen met den
zolder. Meer dan ooit moeten we er verwijderen
wat we kunnen missen en zorgen, dat er geen
gevaarlijke zaken liggen, b.v. planken of linoleum.
Indien we zulke zaken volstrekt willen bewaren,
brengen we ze liefst naar den kelder tot na den
oorlog. Menschen, die geen plaats hebben in den
kelder, hebben natuurlijk niet te kiezen.
De muren en de zoldering worden zorgvuldig
afgewreven met de half-maan. Indien noodig is,
witten we den zolder en in het witsel doen we
een weinig blauwsel, dan krijgen we een beter
resultaat. De rieten manden worden zoo mogelijk
buiten met een licht sopje afgeborsteld en goed
afgespoeld. We laten ze dan in de open lucht
drogen. Al wat op den zolder staat krijgt zijn
beurt, alles wordt afgewasschen, uitgeklopt of
geborsteld. Ten slotte worden de ramen gereinigd,
dan de vloer geschuurd.
Op de slaapkamer vinden we heel wat meer
werk. Eerst kloppen we de matras, borstelen ze
af en daarna den ressort. We leggen er dan een
doek of laken over. De gordijnen worden afgedaan,
ook de kaders en al wat de muren versiert.
De muren en de zoldering worden afgewreven met
de half-maan, daarna "laten we het stof vallen".
Na een klein half uurtje nemen we het meeste
stof uit de kamer weg en gaan over tot het reinigen
der kassen en schuiven. Zoo noodig leggen we er
frissche papiertjes in. Dit schijnt wel een kleinig-
heid, doch ik vind dat een vlijtig papier een
gezellig uitzicht aan onze kasten geeft.
Nu worden de kaders met spons en zeemvel
gereinigd en op hun plaats gehangen. Alle porse-
leinen voorwerpen wasschen we af met een lauw
sopje en spelen we zorgvuldig af. We nemen het
stof van de meubelen en wrijven ze daarna in
met boenwas. Deze laten we een tijd intrekken.
Inmiddels maken we de ruiten schoon, ook den
luster. Als we hiermede gedaan hebben, wrijven
we de meubelen op met wollen doeken.
De vloer krijgt dan zijn beurt. De linoleum
wordt lichtjes geschuurd en opgenomen. Als hij
goed droog is, krijgt hij zijn deel van de boenwas.
Als we die laten intrekken, zullen we een beter
resultaat bekomen.
Zoo gaan we ook te werk bij het kuischen der
andere kamers. In volgende artikels zeggen we
hoe de keuken haar beurt krijgt en u bekomt
allerhande kleine middeltjes om bepaalde voor-
werpen te reinigen.



Marthe


Vrijdag, 25 april 1941

Beste lezeressen
Zooals beloofd treden we heden in het rijk van
moeder de vrouw: de keuken! De keuken hoort
haar toe! Vreemdelingen worden in het salon of
in de eetkamer gebracht: in de keuken komen
slechts de intiemen.
Er zijn helaas nog veel vrouwen, die de keuken
beschouwen als een minderwaardige plaats. Al
hetgeen waar ze geen blijf mee weten leggen ze
maar in de keuken en zoo wordt deze als een groote
rommelkast!
Neen, beste lezeressen, dat is verkeerd!
We brengen zooveel uren in onze keuken door:
waarom zouden we er geen hemeltje van maken?
Onze eetmalen worden er bereid: moeten we ze dan
niet uiterst rein houden? Ik hoor sommigen
onder u uitroepen: Ge hebt goed te zeggen, doch
dat kost allemaal geld!
Indien we iets kunnen uitgeven om onze keuken
te verfraaien dan mogen we dat gerust doen. Zoo
verplicht zijn op alles te bezuinigen, dan kunnen
we nog een gezellige keuken hebben, want alles
zorgvuldig schikken en kuischen kost geen geld.
Eerst trekken we de kachel uit de buis en
verwijderen het roet. Indien nodig laten we de schouw
vagen. Daarna kuischen we de muren. Zijn deze
in steentjes, dan wasschen we ze af met een lauw
sopje, waarin we enkele druppels ammoniak doen
om het vet goed weg te nemen. Als de steentjes
goed droog zijn voegen we ze met witsel en wrijven
ze op met een wollen doek. Geschilderde muren
wasschen we af met een zelfde sopje. Zijn de
muren behangen dan wrijven we ze af met een
doek. Indien er vetvlekken op zijn verwijderen we
deze voorzichtig met een weinig tetra, die we eerst
rond de vlek lichtjes wrijven, dan op de vlek
zelf: opgepast voor de kringen!
De kachel krijgt zijn beurt: de ovens wasschen
we uit met heet water, waaraan we een flinke
dosis soda voegen: we spoelen daarna zorgvuldig
af met koud water. Zoo reinigen we ook den oven
van het gasvuur. Kachels en gasvuren in email
worden afgewasschen met sop, gespoeld, afgedroogd en
ten slotte met een wollen doek opgewreven.
Het nikkel kuischen we met wat krijtwit en een
wollen doek. Indien we met geoxydeerd metaal
te doen hebben, wrijven we het met olie in
en boenen het liefst 's anderendaags op met een
zachten doek. Nooit zilver of koperpoets gebruiken.
Onze kasten maken we leeg, nemen eerst het
stof weg, wasschen ze uit met spons en zeemvel
en laten ze drogen. We leggen er frissche papieren
in en alvorens ze weer te schikken verwijderen we
al wat we niet noodig hebben. Het porselein
wasschen we in een rein sopje, spoelen het goed
af en drogen het zorgvuldig. Ook het glaswerk
reinigen we met sop, spoelen en drogen het en
blinken het op met kladpapiertjes.
Houten tafelgerief wasschen we met sop.
Indien het heel vuil is, zooals bijvoorbeeld houten
lepels het zijn kunnen, wrijven we het af met fijn
schuurpapier en dan met olie om het weer glad
te maken. Al wat koper is wordt eerst gekuischt,
dan geboend met 'n weinig boenwas om den glans
langer te bewaren. Gepolijst koper wrijven we
slechts op met een wollen doek. En de voorwerpen
in tin? We maken eenvoudig een papje met ongeveer
450 gram zachte zeep, 450 gram witsel in poeder,
450 gram zand en 2 liters water.
Wanneer bak- of sauspannen aangebrand zijn
doen we er water in en laten ze zoo een uur staan.
Dan komt ons ditzelfde papje van pas, we doppen
er een zachte borstel in, reinigen er de pannen
mee uit en spoelen ze zorgvuldig. Ook aluminium
kunnen we ermee kuischen, doch dan moeten
we vlug te werk gaan en dadelijk afspoelen.
Alle verlakte keukenmeubels worden met spons
en zeemvel schoongemaakt. Laatst van al komt
de vloer. We schuren hem en doen wat soda of
waschpoeder in 't sop. Als hij goed droog is
kunnen we hem met boenwas inwrijven en met een
wollen doek doen glanzen.
Als dan de ruiten gekuischt zijn, spannen onze
krakend frissche gordijnen de kroon op ons werk.
Hier en daar een geborduurd doekje en alstublieft,
beste lezeressen, zoodra de zomer daar is, vergeet
niet bloemen in uw keuken te zetten! Al wat mooi
en gezellig is heeft zoo'n goeden weerslag op ons
humeur en als we blij gezind zijn, dan gaat alles
eens zoo goed! En....een vroolijke moeder, een
vroolijk gezin!
De vrouw moet het licht zijn, de zon van het gezin!
Niemand weet zoo goed als zij hoe moeilijk dit soms
is, want op hare schouders weegt de kommer
van allen. Daarom moeten we onze omgeving
gezellig maken, het zal ons "helpen zingen boven
ons leed" of ons ten minste helpen blijmoedig
onze dagelijksche miseries te dragen.
Orde, gezelligheid, licht, blijheid: dat is onze
leuze!
Genoeg gepraat, beste lezeressen, tot 'n volgende
maal!

Marthe


Vrijdag, 2 mei 1941

Beste lezeressen
Ziehier nog enkele middeltjes, die ons zullen
helpen voor den kuisch. Vergeet uwe handen niet
te beschermen wanneer ge "vuil" werk doet,
smeert ze goed in met cold cream, dan kan het
vuil niet in de huid dringen.
Brons wrijven we op met een wollen doek.
Indien hij zeer vuil is, smeren we er wat olijfolie
op met een fijn penseel en wrijven enkele uren
later op een met een zachten doek. Vergulde kaders
reinigen we met heete terpentijn. Doet deze in
een kom en zet ze in heet water, verwijderd van
de kachel.
Hoe behandelen we marmer, die zijn mooie
kleur verloren heeft? We wrijven hem in met azijn
of citroensap, doch laten het vocht er niet langer
op dan een paar seconden: we wasschen het vlug
af met frisch water en drogen af. Als de marmer
goed droog is wrijven we hem op met enkele drup-
pels olie.
En ziehier enkele gevalletjes, die zich kunnen
voordoen. Lichte geboende meubels verdonke-
ren: we boenen ze met witte was, gebruiken er
weinig van en zorgen vooral dat onze doeken
rein zijn. Op die geboende meubels zijn vetvlek-
ken: we verwijderen ze met 'n weinig petrool,
doch letter er wel op dat we niet in de nabijheid
van een vuur staan. Sommige vernikkelde voor-
werpen zijn dof geworden: we maken ze weer
blinkend met 2 t.h. zwavelzuurhoudenden
alcohol. We bevochtigen de voorwerpen met de
vloeistof, laten deze eenige seconden in werken
en spoelen daarna met water af. Dan wrijven we
de voorwerpen met een lap, gedrenkt met alcohol
zonder zuur en polijsten ten slotte met een drogen
doek. De pianotoetsen zijn geel geworden: we
doopen een schoon lapje in citroensap en wrijven
hiermede de toetsen één voor één: we wrijven
direct na met wat krijgt, dan met een zacht zijden
lapje en laten de piano een daar dagen open staan.
De zon maakt de toetsen ook witter.
Hebben we voorwerpen in schildpad? We
maken ze als nieuw met 'n weinig olijfolie of met
een papje van olijfolie en de roode poeder, die
door de juweliers gebruikt wordt. Verlakt leder
wrijven we af met een vochtige spons, drogen
het goed af en poetsen het op met een weinig
vaseline.
We mogen de naaimachine niet vergeten! We
doopen een veer in benzine of petroleum en
bestrijken daarmee de deelen der machine, die
anders geolied worden. Waarschijnlijk bezitten
we een boekje, waarop die deelen aangewezen zijn.
We laten de machine flink draaien, bestrijken
normaals met benzine, laten weer draaien en
smeren dan met olie. Nu en dan - zeker met den
grooten kuisch - maken we het klein plaatje
onder de naald los en nemen het weg: de pluisjes
die zich daar hebben opgehoopt, verwijderen we
met een groote naald of met de punt van een mes.
Nu het zonneke ons nu en dan tegenlacht denken
we natuurlijkerwijze aan onze zomerkleedjes
en aan de bekoorlijke hoedjes, die ons tegenlachen
in de uitstallingen. Welnu, beste lezeressen,
volgende week houden we een modepraatje. Ja?


Marthe


Vrijdag, 9 mei 1941

Beste lezeressen
Wat zullen we dezen zomer dragen?
In de uitstallingen zien we mooie effen en
fantasiestoffen, bekoorlijke zijden, bedrukt met
bloemen of andere aardige figuurtjes: Wat zullen
we koopen? De modisten bekoren ons met
allerhande fijne hoedjes: heel kleintjes die boven
op het hoofd staan, klassieke modellen en de
steeds gekleede groote hoeden, die zoo'n mooie
schaduwen op het gelaat werpen: Welk model
past ons best?
Eerst en vooral moeten we met onze figuur
rekening houden. Een groote hoed is gekleed,
doch korte, dikke dames zullen een hoed met
kleinen rand nemen. Een klein hoedje verdikt
een rond gelaat. Dames met 'n rond of dik gelaat
koopen best een langwerpig modelletje; een mager,
scherp gelaat vraag ronde hoedjes.
Tailleurs zijn geschikt voor groote, slanke
dames; korte, dikke dames zijn heel wat beter
met 'n lange mantel. Zware figuren moeten een
goeden soutien dragen en steeds puntige halzen
en groote revers kiezen. Dames met breede
heupen mogen geen spannende rokken dragen:
rokken met vier of zes panden zijn voor haar
geschikt. Dames met dikke beenen vermijden
spannende of te korte rokken, schoenen met
platte hakken en lichte kousen. Kleine dames
mogen geen te zeer opgevulde schouders hebben,
dat verkort haar nog meer.
De kleur der stoffen speelt ook een groote
rol in onze kleeding. Zwart en marineblauw
zijn altijd gekleed: die twee kleuren maken
grooter en slanker. Stoffen met groote bloemen
of teekeningen zijn niet geschikt voor dikke
dames: ze zullen de voorkeur geven aan effen
stoffen of aan stoffen met strepen die dan verti-
kaal gebruikt worden.
In deze tijden kan iedere vrouw echter geen
nieuw kleedje koopen. Dit is trouwens niet noodig
om netjes voor de pinnen te komen. Nemen
we onze oude kleedjes een flink onder handen:
kunnen we ze niet herstellen of 'n weinig veran-
deren? Zijn de mouwen versleten? Waarom
zouden we geen halve mouwen aanbrengen in
fantasie of effen stof? We kunnen die halve
mouwen zelfs breien met overschotjes van wol.
Is het bovenlijf versleten? Wat denkt u van
een nieuw platstuk? Mijn kleed is te kort: het
kan verlengd worden met een boord in effen of
fantasiestof of in de taille kunt u er een gedra-
peerden gordel aanbrengen.
'n Kleinigheid geeft aan een kleed een gans
nieuw uitzicht: 'n geplisseerde jabot, een col met
manchetten, fantasierevers, 'n geplooide gilet enz.
We moeten ons kleeden met smaak. We zijn
allen graag mooi gekleed, doch geraken we daartoe?
Eerst en vooral reinheid! Hebben we maar
één kleedje: als we het verzorgen zullen we
beter voor den dag komen dan dames, die niet
weten welk kleed eerst aan te doen. Dat beste
kleed dragen we niet in huis, het dient om uit te
gaan en zoodra we thuiskomen doen we het uit,
borstelen het zorgvuldig en hangen het op een
kapstok in de kast. Beveiligt uw kleeren tegen
het overtollig zweeten, zet zweetlapjes in de
mouwen en gebruikt een goed produkt, dat het
zweeten belet en den onaangenamen geur ervan
wegneemt. Verkreukelde kleeren moeten zorgvuldig
geperst worden.
Dan komt wat ik noemen zou de harmonie
der bijzonderheden, het goed geassorteerd zijn
van de minste kleinigheden, die bij ons toilet
komen: kousen, schoenen, handschoenen, tasch en
regenscherm. Hebt ge nooit een dame gezien
met b.v. 'n zwarten hoed, 'n groenen mantel,
blauwe schoenen, grijze kousen, bruine hand-
schoenen, 'n roode tasch, 'n veelkleurige sjerp
en daarop nog een smaakeloze haarspeld? Geen
enkele kleur van den regenboog ontbreekt er!
Een donkere tailleur krijgt zijn "chic" wanneer
een fijngekleurd zakdoekje het zakje versiert
en wanneer de kleur geassorteerd is met het lint
van den hoed of met de blouse. Een zwarte of
marineblauwe tailleur staat fijn met een witte
lingerieblouse, witte schoenen, witte tasch en
een frisch wit zakdoekje. Een negerbruin kostuum
vraagt beige bijbehoorende zaken, ook donker-
rood past er bij.
De kleeding moet verzorgd zijn van top tot
teen. Denkt aan uwe coiffure: geen slordig
gekamde of vettige haren!
De knopjes, die onze kleeren versieren zijn
van belang, ook de gordels. Een gordel in leder
draait niet om zooals die van stof.
Als we boodschappen doen nemen we een
groote tasch mede. Wanneer we echter "gekleed"
zijn, nemen we een kleine tasch en vullen die
niet op, tot ze haar model verliest. Hoe wilt ge
er knap uitzien met een valise onder den arm!
Op de bijbehoorende zaken van ons toilet
komen volgende week nog eens terug. Inmiddels
wensch ik u het beste.


Marthe


...Wordt vervolgd...